Lunula

Op een dag werd je mijn lievelingsmens. Misschien niet zomaar op een dag, maar stilletjes aan en dan erg plotseling helemaal. Vervolgens werd je, op een andere dag, mijn favoriete onbekende. Daar zat wat tijd tussen, maar niet voldoende. 

Je bent er niet, ik zie je wel. Op straat, in plassen zomerregen. Ik kom je tegen in ijsjes en bij tassen thee. Je ligt uitdagend in een fruitmand, vermomd als abrikozen met fijne sproetjes. Je bloeit langs gevels in schakeringen rood met nijdige doorns. Soms zie ik je één seconde lang aan de kassa, of aan een rood licht met een fiets die niet de jouwe is. Ik weet het en ik weet het, het kan niet. Het kan niet en toch zie ik je. Op het perron, op de trein. Ik zie je op elke trein. Je handen rusten steeds op het te kleine tafeltje waar passagiers waterflessen en laptops verzamelen. Je handen met je nagels aan de ene kant te kort geknipt, aan de andere kant te lang gelaten. Handen voor gitaren. Er worden vaak spullen vergeten aan die tafeltjes. Helpen ze jou ook achterlaten? ’s Avonds rust je huid alweer in de kleur van mijn lakens. Je bent er niet, ik zie je wel.

Middenin een stortbui herinner ik me hoe je het weer voorspelde enkel door te ruiken. Je vlijmscherpe neus in de lucht. Hoe zondagavond voor jou vooral een geur was. De sproetjes op abrikozen, de binnenkant van je wang de structuur van vijgen. Hoe je fruit het liefst hard at omdat je gewend was het van bomen te plukken, er geen tijd was om het te laten rijpen. Er was niet genoeg tijd. Ook ik was gulzig. Laat ons rijpen. Langs gevels schrapen doorns herinneringen tot boeketten.

Ik wist niet dat er zo veel mensen waren met ongeveer hetzelfde kapsel. Ik haat ze, ik haat ze en ik haat hun haren. Ze fietsen door mijn stad, ze zitten op de trein en ze staan op ons perron. De dag dat je mijn favoriete onbekende werd, stapte ik van de trein en zag ik je weg rijden. Sindsdien zie ik je elke dag opnieuw gaan. Ook al reed jij niet echt, maar zat je te wachten tot je weggereden werd. Een passief einde. Kunnen we alsjeblieft opnieuw. Er was niet genoeg tijd. Ik zie je op de trein, een halve maan in alle te kort geknipte nagels. Ik zie je wel. Je bent er niet. Op een dag werd je mijn lievelingsmens. Vervolgens werd je, op een andere dag, mijn favoriete onbekende. Daar zat wat tijd tussen, maar niet voldoende.

5 Comments

Laat een reactie achter op L. van Ooijen Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s