Mijn hart is een half meubel en onze vrijheid een vlakke figuur

Elk jaar opnieuw vergeet ik tijdens de donkere maanden hoe lang zomerdagen duren. In mei kijk ik steevast verbaasd naar buiten rond half tien ‘s avonds. Daglicht. Overvloedig.

Nu is het half tien en lig ik in de tuin met mijn ogen tot spleetjes geknepen. Ik probeer zo de oppervlakte van de rechthoek openlucht boven mijn hoofd al schattend te meten. Hoeveel vierkante meter speelruimte suggereert de leegte. 

Ik lig in de tuin en tel de vogels die binnen die grijsblauwe rechthoek voorbij vliegen. Tussen 21:30 en 21:45 waren dat er zevenentwintig in totaal. Het kwartier daarna maar acht. Ik vraag me af of ze een avondklok hadden of allemaal tegelijk op een feestje werden verwacht.

Het cliché zegt dat je altijd mist wat je niet meer hebt.
Ik zeg: Ik mis de hemel kunnen zien. Ik mis hem zelfs als ik hem kan zien. De wolken. Een zonsondergang. De zon gaat onder achter de huizen aan de overkant van de straat. Geen gouden gloed hier.

Met mijn ogen nog steeds op de rechthoek denk ik aan de zonsondergang op het eiland waar ik dit jaar een paar maanden woonde. Nooit zag ik een horizon zoals daar. Vanuit het huis kon je Corsica zien. Maandenlang kilometers ver kunnen kijken heeft dingen met me gedaan die ik nog niet onder woorden kan brengen.

De laatste weken mis ik Sardinië. Ik dacht er voor het eerst terug aan toen het hier een hele week stortregende. Ik wandelde in Mechelen voorbij een riool die overstroomde en het water vloeide op exact dezelfde manier over het asfalt als het door het riviertje in onze tuin daar stroomde. Water is altijd anders en overal hetzelfde.


Het cliché zegt dat je altijd mist wat je niet meer hebt. Ik zeg ik mis de zee.

Ik lig op een ongemakkelijke houten tuinbank en ik tel ook het volgende kwartier de vogels die boven mijn hoofd voorbij scheren. Soms leiden de muggen mij af en raak ik de tel kwijt. Soms tel ik hen per ongeluk bijna mee. Mijn dieptezicht ontbreekt. De houten latjes van de bank duwen in mijn rug. Soms mis ik vleugels hebben.

Deze bank was mooi op foto maar blijkt enorm oncomfortabel. Mijn hart voelt exact als het soort vintage meubel dat er mooi uit ziet op foto maar in werkelijkheid helemaal uit elkaar valt. Alleen let niemand hard genoeg op om dat op te merken. Je zou kunnen zeggen dat ik horizontaal lig om alles bij elkaar te houden. Misschien krenk ik zo mijn vleugels. Een mug landt op mijn onderarm. Ik fluister haar toe dat ik soms dagenlang niets voel, dus dat dit moment hier in de rechthoek met de vogels al een vooruitgang is.

Vanaf hier zie ik geen horizon. Ik woon op de begane grond. Je valt van minder hoog. Niveau nul. Start. Wortels groeien. Landen. Opstijgen.

Dit gaat nergens over en heeft geen pointe samenhang kernidee rode draad. Ik ben namelijk aan het leren dat het leven dat ook niet heeft en dat we dat verhaal en elk verhaal er maar van maken om ergens een soort van grip op te krijgen, maar dat het niet meteen zin heeft of een punt hoeft te maken. Dat is niet doemdenkerig bedoeld, ik vind het net opluchten. Mijn verhaal is dat van de mug en de horizon de zee de overstroomde riool die exact klinkt als de rivier op een privé gebied aan de Middellandse Zee. Mijn verhaal is dat van een open rechthoek boven je hoofd en de vogels tellen. Hoeveel van ons zijn er vrij, ik geef je één uur de tijd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s