Vloed

Ooit zeggen we: weet je nog hoe we naast elkaar sliepen met 3000 kilometer aan mensenlevens tussen ons in. Onze woorden slingerden over bergen, stortten langs een waterval.

Ooit vertel ik iemand: hij ademde die nacht zo geruisloos dat ik dacht me zijn bestaan te hebben ingebeeld.

Ooit zeg ik: weet je nog hoe hij me deed schrijven, niet mondjesmaat maar als een vloed die mijn geest blank zette. De muze is een regenval die kelders doet onderlopen, het land vruchtbaar maakt. Hoe ik de rivier die ontstond het liefst meteen insprong. Hoe ik verdronk. 

Ooit vergeet ik hoe bang ik was. Hoe bang hij was. Hoe het onvermogen om alle levens te lijden een enkelband om onze ziel was.

Ooit weet ik weer hoe hij klonk. In zijn stem sprong soms een snaar. Met elk akkoord porde hij in de weke stukjes mens tot ik de pijn wist te vinden. Tot ik leerde thuiskomen. Ooit vertel ik iemand: hij speelde gitaar zodat ik leerde thuis te komen in mijn eigen huid.
Mijn hoofd is een huis.

Ooit liegen we over hoe we elkaar precies ontmoetten.
Nooit zien we lelies nog als bloemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s