alles in de verleden tijd is verzonnen

13 mei, 2018

De koffie loopt.
De meeste jongens oefenen hun haarcreatie skills nog niet sinds kleins af aan op poppen en prinsessenhaar en vriendinnetjes.
Het exemplaar dat momenteel door de keuken paradeert althans niet. Nu zijn haar lang is doe ik niets liever dan toekijken hoe hij met ongeoefende hand een paardenstaart probeert te maken. De elastiek in een knoop rond zijn vingers en zijn gezicht in een frons, te trots om toe te geven dat er eindelijk minstens één ding is dat hij niet meteen onder de knie heeft.

Hij schenkt me een glas water en aait over mijn kruin. Ik kijk vragend naar de koffiepot, zijn soms blauwe vaak grijze blik seint ‘geduld’ terug. We zitten in stilte. Hij probeert mijn voet te vangen. Ik weet zeker dat hij weer zal proberen mijn grote teen beet te nemen omdat ik daar niet tegen kan en dus beweeg ik mijn benen in alle richtingen.

Gaan samenwonen met iemand die tot dan toe één groot mysterie voor je bleef is, op zijn minst, intens. Alsof je drie jaar hebt gewacht op de volgende aflevering van je lievelingsserie en er dan plots vijf volledige seizoenen te bekijken zijn.
Binge-watchen of verspreid in de tijd kleine stukjes genieten?

Er slingeren evenveel sokken als comfortabele stiltes rond. Hij doet de vaat en zet de vuilzakken buiten, als een eeuwenoude afspraak die wij nooit gemaakt hebben. Na bedtijd kijk ik vanuit de slaapkamer toe hoe hij zijn imago als nachtuil hoog tracht te houden. Na twee uur ’s nachts wordt het muisstil, schrik ik wakker, ligt hij steevast te slapen in de zetel.
Gespeeld boos reik ik hem mijn hand, begeleid hem naar bed.

’s Nachts praat hij honderduit in zijn slaap. Het klinkt altijd als een geheim en het klinkt altijd verleidelijk.
Het klinkt haast nooit alsof het tegen mij is.
In de ochtend kijkt hij onschuldig, uitgerust, vragend.
Ik zwijg over de nacht, vraag of hij lekker geslapen heeft.
Hij kust mijn voet met sok tegen de wintertenen, doet de rest van mijn lijf tintelen.
Niets aan dit bestaan is perfect maar alles is heerlijk.

Hij wordt vaak boos om mijn half opgedronken tassen en glazen, ik zeg dat zo het glas altijd halfvol is. Hij zet de pot mayonaise ook op tafel wanneer ik Italiaans kook. Maar niet één keer liet hij de bril omhoog.

Soms gaat hij plots weg. Dan zegt hij: ‘vanavond ben ik niet thuis’, met de nonchalance die we ooit stilzwijgend zijn overeengekomen omdat we geboren zijn uit een generatie waarin je als koppel een soort van twee-eenheid wordt. Ik speel de opluchting. Soms gaat hij plots weg en komt hij pas ver na twaalven thuis.

Die nacht op het toilet bedenk ik starend naar de vloer dat hij is zoals die ene tegel in het patroon op de vloer. De enige tegel die door een dronken werkman in een andere richting werd gelegd. Het doet je de figuur die de anderen proberen vormen zoveel meer appreciëren. Duizelig worden door de herhaling, wordt nu op minstens één plek onderbroken.

De volgende ochtend spreken we af dat we zullen wisselen van kant in bed.
Omdat hij op zijn rechterzij en ik op mijn linkerzij, en wij elkaar een hele nacht de lucht ontnemen. Het is mijn idee maar zijn enthousiasme doet me vermoeden dat ook hij al mexicano-dromen heeft gehad.

Roken nagelbijten schermstaren koken kussen onderstoppen

Hoe zeg ik: ik ben het soort mens dat eerst één volledige strip vitamientjes uitduwt, opmaakt. Niet het soort mens dat eentje van elke strip in de doos neemt, kan jij ook zo’n mens worden
Hoe zeg ik: tegen wie praat je in je slaap, ben ik haar
Hoe zeg ik: het schrijft makkelijker als je weg bent
Hoe zeg ik: ik weet nu waar het patroon onderbroken wordt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s