2050

Liefste Anna

Het water vertelde me over je wroeging. Ik heb je nooit willen verraden.
Een werkplek is niets meer dan een vlucht van thuis naar een plaats waar minder afwas wacht. Aan de kaai kan het wel: thuiskomen. Mensen willen nooit een kant kiezen maar verlaten mij voor jou zodra ze een hond, of kinderen, of schijt aan toeristen hebben.
Wat verlang ik naar je stilte, je ruimte, je wandelpaden, je water, je lange adem.

Ik vind geen rust meer in de nacht. Bij jou beweegt er weinig na tien uur. Geen endorfines, droge lippen doordrongen met tannines. Het eerste daglicht dat kraakt na een nacht dansen, tongen met vreemden, briefjes met nummers in binnenzakken.

Anna, de tunnel maakt van ons de kinderen die telefoontje spelen, met twee bekers aan weerszijden van een lange draad. Ze verbindt ons, maar geeft tegelijkertijd aan hoe ver we precies van elkaar verwijderd zijn. We doen alsof we elkaar in grote lijnen begrijpen, de rest verzinnen we er bij.

Is onze band geen oeroude roltrappen waard, onze afstand een elfhonderd meter lang gedicht? De letters vielen niet te bewaren, na 6 weken verstoten we de woorden.
“De wereld is teruggebracht tot kleine optocht van toevalligheden.”

In de tunnel staat de wereld even stil, daar ben ik eeuwig onderweg naar jou. Ik kom nooit aan zonder mezelf te verliezen. Nooit vlecht ik je haren als zusjes doen. Nooit steel je mijn jasje, duw ik je te wild op de schommel tot je stop roept.

Er is zoveel gebeurd sinds we niet meer spreken. Eeuwen geleden werd mijn ruggengraat rechtgetrokken, sindsdien komen mensen daar samen met flessen wijn om een luide of een rustige versie van zichzelf te zijn. Ik moet toegeven lieve zus, aan jouw zonsondergang kan niets tippen, maar ze is wel het best te zien van tussen mijn wervels.

Vergeef me mijn onstuimigheid. Ik leef stroomopwaarts. Ik borrel en bruis, jij bolt uit.
Maar wat doe je dat mooi.

Ik verlang naar je ranke lanen. Ik droom ervan om je te bezoeken, samen op de stoep met krijt te tekenen en belleketrek te doen in het Europapark. Om heel even
onherkenbaar te zijn.

Warms,
A